Vmbo =Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs
Het vmbo is bedoeld om op het middelbaar beroeps onderwijs de aansluiting te verbeteren.
Na de basisschool volgt in het voortgezet onderwijs de onderbouw. Deze duurt twee jaar. Tijdens deze periode dienen de leerlingen kerndoelen te bereiken. Dit kunnen algemene kerndoelen of kerndoelen per vak zijn.
In het vmbo wordt veel nadruk gelegd op vaardigheden. Leerlingen moeten bijvoorbeeld eigen standpunten kunnen overleggen en samenwerken; ze moeten informatie leren verwerven en beoordelen.
Binnen het vmbo biedt het Jan van Brabant College de theoretische leerweg aan.
|
De theoretische leerweg
De theoretische leerweg is te vergelijken met de mavo. Een belangrijk verschil is dat leerlingen het examen op één niveau afleggen. Een ander belangrijk verschil is dat het examen al begint in leerjaar 3. Alle vakken die als examenvak gekozen kunnen worden, toetsen in leerjaar 3 leerstof uit het schoolexamen. Het schoolexamen is dat deel van het examen dat onder verantwoordelijkheid van de school afgenomen wordt. De cijfers voor deze toetsen tellen mee voor het al dan niet slagen op het eind van leerjaar 4. Daarnaast is maatschappijleer een verplicht examenvak, evenals ckv (culturele en kunstzinnige vorming). Ook de kunstvakken (muziek, tekenen) en gymnastiek krijgen meer accent. Voor deze vakken moet je een voldoende hebben, anders mag je wel meedoen aan het centraal examen, maar kun je geen diploma behalen. Na leerjaar 3 wordt afgesloten: kunstvakken I (ckv, muziek en tekenen). Het vak lichamelijke opvoeding wordt in leerjaar 4 afgesloten. Over al deze zaken wordt informatie verstrekt middels het programma van toetsing en afsluiting. Er wordt examen gedaan in zeven of acht vakken. Deze leerweg bereidt hoofdzakelijk voor op het middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3 en 4. Ook doorstroming naar havo 4 is mogelijk.
Opstroom Havo
Voor alle leerlingen in leerjaar 1 is er in principe een mogelijkheid om door te stromen naar het HAVO leerjaar2. Ouders kunnen, in samenspraak met hun zoon of dochter, bij uitzonderlijke goede resultaten op enig moment in het jaar aangeven dat zij einde schooljaar in aanmerking willen komen voor opstroom naar het HAVO. Dit initiatief ligt bij ouders en leerlingen en kan in een gesprek bij de mentor aangegeven worden.
Om een positief advies van de docentenvergadering te krijgen zijn de volgende criteria van belang:
Cijfermatig
- over de hele lijn van vakken hanteren we een richtlijn van een gemiddelde van het cijfer 8
- er mag voor geen enkel vak een onvoldoende gemiddeld behaald worden
- voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde mag gemiddeld niet lager dan een 7,5 gescoord worden
Persoonsafhankelijk
- inzicht/werktempo/huiswerkverzorging/concentratie en studiehouding worden door de vakdocenten ingeschat.
Door een meerderheid van de vergadering van vakdocenten moet dit positief bevonden worden om
een succesvolle voortzetting op het HAVO mogelijk te maken.
- Bij een eventuele behoefte aan ondersteuning moet de leerling zelf initiatief nemen naar de vakdocent voor
het verkrijgen van extra stof of opdrachten.
Begin mei moeten ouders zich aanmelden bij een school voor HAVO waarbij het advies, dat eind aprilafgegeven wordt, meegenomen kan worden.